Eerste levensbehoefte

Door Liesbeth van Kempen

Bijna dagelijks loop ik er met mijn hond langs en altijd speur ik het veldje af naar het eenzame bokje. Meestal zie ik zijn kopje om de hoek van de deur van het nachtverblijf. Hij is het zoveelste bokje op dit veldje bij een woonhuis. Zijn voorgangers zijn een vroege dood gestorven. Moederziel alleen. 

Geiten zijn groepsdieren. Ze hebben niet alleen eten, drinken, leefruimte en een plek om te schuilen nodig, maar ook sociale interactie met soortgenoten. Sterker nog: dat is van levensbelang. Gedwongen isolatie leidt tot obsessief gedrag, vraatzucht, verveling, vervreemding en eenzaamheid. 

Net als bij mensen. De coronapandemie heeft denk ik één ding heel duidelijk gemaakt: sociale interactie met soortgenoten is één van de eerste levensbehoeften. 

Al langere tijd hebben we deze contacten voor een groot deel digitaal. Het lijkt zelfs een uitkomst en lekker makkelijk. Elkaars (ogenschijnlijk perfecte) leven volgen via social media. Niet meer bellen, maar chatten, appen of mailen. Persoonlijke foto’s als een malle met Jan en alleman delen via het World Wide Web. Met de telefoon in de hand door het ganse land. 

Ook al biedt digitaal contact tijdens de pandemie voordelen, het weegt niet op tegen de kwaliteit van écht contact. In levenden lijve. 

Het woord sociale in sociale media is naar mijn mening een farce. Asociale lijkt meer van toepassing, want met ons hoofd over de telefoon gebogen zijn we vaak onbereikbaar voor de mensen om ons heen. Ik vind het een regelrechte verarming van onze samenleving. 

En waar zet isolatie in combinatie met de digitale wereld ons toe aan? Kort door de bocht gezegd: 

–             Obsessief gedrag: kopen.

–             Vraatzucht: ‘coronakilo’s’.

–             Verveling: overal een mening over hebben en die vooral ook willen uiten en delen.

–             Vervreemding: van onszelf, want we krijgen voornamelijk ideaalbeelden voorgeschoteld.

–             Eenzaamheid. 

Inmiddels snakken niet alleen de alleengaanden onder ons naar een knuffel, een aanraking, een zoen. Om een gezicht te zien zonder mondkapje en niet meer schichtig anderhalve meter afstand in acht te nemen. We willen elkaar in het echt zien, spreken en vast kunnen houden. 

Godzijdank gloort er licht aan het eind van de tunnel; versoepelingen. We ruiken onze bijna herwonnen vrijheid en staan te trappelen van ongeduld. Het digitale tijdperk zal natuurlijk blijven, daarvoor hebben we onszelf er te afhankelijk van gemaakt. Toch hoop ik dat we met z’n allen de balans opmaken en ervan hebben geleerd en in plaats van een digitaal leven een rijk sociaal leven zullen omarmen en blijven waarderen. 

Voor het bokje blijft de tunnel echter voor altijd donker. Hij heeft maar één vooruitzicht: leven en uiteindelijk sterven in gedwongen eenzaamheid. Net als al die andere dieren, die door ons mensen worden geïsoleerd van hun soortgenoten en daardoor beroofd van een onmisbare levensbehoefte. 

Omdat we dit nu zelf ervaren, gaan we hopelijk eindelijk inzien dat IEDER levend wezen niet zonder andere kan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Please reload

Even geduld...

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.